| |
Biodiversiteit gaat over de rijkdom aan levende natuur op onze aarde. Het gaat om de rijkdom aan ecosystemen, soorten en genen. Het verlies aan biodiversiteit is groot: de afgelopen 50 jaar is in Nederland meer dan de helft van deze natuurlijke rijkdom verloren gegaan. Ook mondiaal is het verlies groot, maar iets lastiger te becijferen. In Nederland zijn de belangrijkste oorzaken voor dit verlies het toenemend ruimtegebruik voor gebouwen en wegen, waarin de natuur slecht verweven is, en de intensivering en schaalvergroting in de landbouw, waarbij er steeds minder ruimte is voor natuurlijke processen. Dit heeft soms ernstige gevolgen. Zo is met name door ontwatering en intensief gebruik van kunsmest en bestrijdingsmiddelen het gehalte aan organische stoffen (waaronder koolstof van dode planten) van de toplaag gehalveerd. Die toplaag is van groot belang voor de opslag van CO2 en de aanwezigheid van een rijk bodemleven. Dit leven zorgt weer voor een gezonde en vruchtbare bodem, waardoor de afhankelijkheid van kunstmest en bestrijdingsmiddelen vermindert. Blijf dus je GFT scheiden, zodat de compost de bodem kan verrijken, waardoor erosie en het broeikaseffect worden tegengegaan en de inzet van bestrijdingsmiddelen en kunstmest wordt beperkt.
Beleidsmatig is het belang van biodiversiteit onderkend op zowel Europees als nationaal niveau. Europees is beleid geformuleerd dat staat beschreven in het zesde MAP (Milieu Aktie Plan) en de BiodiversiteitsAktiePlannen (BAP's). Op rijksniveau zijn onder meer het NMP-4 (Nationaal Milieu Beleidsplan vier, waarin dit begrip meer dan honderd keer wordt genoemd) en de nota 'Natuur voor mensen, mensen voor natuur' van groot belang. Een praktische invulling van het abstracte begrip biodiversiteit ontbreekt echter tot op heden, zodat het lastig is om politiek te scoren en in de praktijk de biodiversiteit te vergroten. Zo ontbreekt de vertaling naar provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.
En dat terwijl dit begrip grote impact kan hebben op de inrichting en het onderhoud van de woon- en leefomgeving. Biodiversiteit kan worden benut om het wonen, werken, reizen en recreëren in Nederland mooier en aangenamer te maken. Het begrip moet dan wel tastbaarder worden gemaakt (zoals bij het voorbeeld van de compost). Juist ontwerpers en architecten zijn bij uitstek in staat om in de gebouwde omgeving die wenkende perspectieven te verbeelden. Bij woonwijken en bedrijfsterreinen gaat het bijvoorbeeld om de verweving met de natuurgebieden in de omgeving, zodat planten en dieren hierdoor niet worden tegengehouden en deze gebouwen en wegen aantrekkelijker worden. Zo kunnen natuurlijke oevers en bomenrijen en bloemrijke bermen langs wegen werken als natuurlijke corridors, waardoor planten en dieren vanuit natuurgebieden ook de gebouwde omgeving kunnen bereiken.
Biodiversiteit kan de identiteit van de gebouwde omgeving versterken. Door datgene aan te planten of te laten groeien, wat er van oorsprong qua bodem en waterhuishouding en klimaat hoort, versterk je het streekeigene en karakteristieke. Bovendien zullen die bomen en planten het beter doen, waardoor de onderhoudskosten worden beperkt. Dit vergt wel gebiedskennis en bovendien een enorme denkomslag: het groen in VINEX- wijken ziet er bijvoorbeeld overal vrijwel hetzelfde uit. Er wordt (mede uit gemakzucht) gekozen voor bomen en struiken die weinig onderhoud vergen en het vrijwel overal doen. Dit draagt bij aan de uniformiteit, waardoor je niet weet of je in Emmen Zuid, Eindhoven west of Ypenburg woont.
Wellicht is het tijd dat de creativiteit en denkkracht van O2 wordt benut om met dit onderwerp aan de slag te gaan en een biodiversere leefomgeving te ontwerpen. Oplossingen kunnen in vele richtingen worden gezocht, zoals het eten en benutten van meer streekeigen gewassen, bijvoorbeeld via een groente- en fruitabonnementen van streekeigen en bij voorkeur biologische producten (a la het ODIN pakket). Dit versterkt de identiteit en de binding van burgers met de streek. Ook kan het gaan om het nemen van gierzwaluwdakpannen en de spouwmuur toegankelijk maken voor vleermuizen (bieden nestgelegenheid). Ook grasdaken en tuinen met heggen in plaats van schuttingen en poelen in plaats van tegels en stenen dragen bij aan de biodiversiteit.
|