|
 VPRO-er Rob van Hattum maakte vijfentwintig jaar geleden zijn allereerste documentaire over waterstof. Er was grote potentie. Nieuwe kunststoffen maken het inmiddels mogelijk te komen tot hogere dichtheden en compactere en lichtere constructies. Hij ging opnieuw op zoek naar deze revolutie… “zonder me veel aan te trekken van de onmogelijkheden: Ieder huishouden een eigen brandstofcel!”
Marc Beurskens van het Europees Kernfusiecentrum schets kort een alternatief: “We hadden al een kernfusiecentrale kunnen hebben, ware het niet dat de politiek anders heeft beslist. De VS, China, Japan, Zuid Korea en Zuid Afrika laten over tien jaar zien dat het kan. Volgende stap is een werkende centrale.” Ontwerper Theo Wolters, vele jaren actief bij o2, is blij eindelijk het spreekgestoelte te mogen betreden. De waterstofeconomie is volgens hem vooral voor politici een maatschappelijk aantrekkelijke optie. De juiste technische onderbouwing ontbreekt en de berekeningen zijn veel te rooskleurig. Er is een probleem met het maken, het opslaan èn het toepassen. Waarom is niet gekozen voor alternatieven, zoals ethanol en methanol, en energieopslag met perslucht? En hoe denken we te voorzien in de enorme wereldwijde toename in de vraag naar energie? o2er Godert van den Hardenbroek, nog high van de enorme belangstelling op de autoRAI voor hun Formule Zero (de o2 Challenge racekart op waterstof): “In het hart van het verhaal staan de consumenten die deze toekomst moet gaan dragen. Als zij het niet oppakken, dan gaat het niet gebeuren… Ze zijn heel erg kieskeurig. Voor de auto blijkt geen prijs te hoog. 97% rijdt nog op olie en veroorzaakt een kwart van de CO2 uitstoot…. Daar sta je dan in het hol van de leeuw, midden in de RAI, waar het alleen maar gaat om emotie, emotie, emotie…. Formule Zero is eindelijk eens een positief geluid…iets waar mensen zich mee kunnen identificeren.” Robert van den Hoed, o2er werkzaam bij Ecofys en vorig jaar gepromoveerd op fuel cell vehicles toont de voortgang in de waterstofautoindustrie: In de eerste bus uit 1967 (!) paste nog net een bestuurder. Maar de ontwikkelingen, bijvoorbeeld in nieuwe opslagmethoden gaan zò snel. Drie dingen zijn echter volgens hem ècht belangrijk: “1. De politiek moet geen technologie voorschrijven, maar investeren in verschillende opties. 2. Premisse is dat innovatie ons zal redden. Nieuwe energiesystemen leiden tot een nieuwe economie en nieuwe consortia. 3. Daarbij moeten geen geopolitieke spanningen worden opgeroepen. Je moet oppassen met degene die je informatie geeft.” Marc is het met Robert eens: “We moeten op alles inzetten, we hebben geen kans, we hebben geen keuze. Er zijn kwalitatieve en kwantitatieve problemen. ‘The end of cheap energy’ is in zicht.” Ook discussieleider Kees den Blanken van Cogen, de branche-organisatie voor Warmte-Kracht Koppeling, onderbouwt: Als je alleen al kijkt naar de energievraag in 2040, zie je dat een andersoortige economie nodig is. Dan moet je in 2020 gaan bouwen. Tempo in de wetenschappelijke voortgang is er wel, maar er zijn zulke grote problemen, dat je je af vraagt of die de komende jaren worden opgelost. In het Nederlandse energiedebat zijn de discussies veel te veel gescheiden.” Rob is tijdens het verhaal van Theo steeds geërgerder gaan kijken: “Volgens General Motors is het huidige rendement van de waterstofomzetting van well to wheel juist hoger dan van benzinetechnologie. Als we een opslagsysteem vinden dat schoon en helder is, dan zijn we klaar.” Toch heeft ook hij reden voor pessimisme: “De investeringen zijn relatief zeer klein.” Robert nuanceert: “Bij de hele auto-industrie is waterstof sinds de zero-emissionwetgeving in Californie een serieuze activiteit. Maar kijk je naar EUbudgetten, dan zijn die veel te laag. Vergelijk met de IT: Daar wordt 30% van de toegevoegde waarde geïnvesteerd, in de auto-industrie 5%, in de frisdranken- en energiesector 1%. De EU spendeert van de 700 miljard, 2 miljard aan onderzoek, dat is 0,02%. Ook de zaal is kritisch. Over wetenschappers die vroeger weliswaar in een ivoren toren zaten, maar nu om researchfunds bij elkaar te krijgen, het eigen vakgebied moet ‘hypen’. Diana de Graaf vraagt zich af of van deze transitie al eens is berekend wat het kost. Volgens Robert moet je niet vergeten hoeveel goedkoper brandstofcellen zijn geworden. De cyclustijd is van een nieuwe generatie brandstofcellen is vijf tot tien jaar is leren we, naar aanleiding van een vraag van ontwerper Huub Ehlhardt. Rob vult aan: “Materiaaltechnologie, atomaire structuren…ik denk dat we geen enkele voorstelling hebben van wat we de komende jaren kunnen verwachten.” Kas Hemmes TU Delft betoogt dat we te laat zijn, als we wachten. Tom van der Horst wil nog weten in hoeverre de panelleden tijdens het debat naar elkaar zijn toegegroeid, maar de debatleider vindt het genoeg geweest. Eenderde van de aanwezige wil zijn of haar pensioen wel inzetten op de waterstofeconomie en dat vindt hij een mooi resultaat. Om 22.30 uur wordt de discussie gesloten. Veel dank gaat uit naar de mensen achter de tafel. Godert overhandigt zijn panelgenoten een flesje zuiver water: het restproduct van een rondje karten. Grote waardering is er ook voor o2commisaris activiteiten Jamie van der Lede, die dit geweldige panel bij elkaar heeft gekregen. Om 23.30 uur is de voorzaal nog steeds ruim gevuld met mensen. Het laatste woord over de waterstofeconomie is zeker nog niet gezegd.
|